De clavichorden worden gemaakt volgens 18de eeuwse ambachtelijke principes met toepassing van stijleigen materialen en technieken. Alle onderdelen worden in het atelier manueel vervaardigd tot en met de scharnieren die uit een massieve messingplaat worden geslagen.

Eén van die arbeidsintensieve technieken is het gebruik van 'warme' lijmsoorten waarmee zowel de kast, de binnenbouw als het volledige zangbodemgedeelte wordt verlijmd. Zwaluwstaartverbindingen en doorgaande penverbindingen worden omwille van hun constructieve doeltreffendheid toegepast op alle kasthoeken en bakstukken in front- en rugzijde en verlenen het klavichord een extra esthetisch accent.

De aanzienlijke houtvoorraad van bomen die op 'stam' worden aangekocht, laat een strenge en doelbewuste selectie toe in funktie van de beoogde klankeigenschappen, de esthetiek en de homogeniteit van het instrument. Het beheer en het droogproces van de houtstapel wordt met grote zorg opgevolgd en dragen bij tot de duurzaamheid van het instrument. Het fineer, dat speciaal gezaagd wordt in het atelier en daardoor 6 maal dikker is als het 'moderne' gesneden fineer, laat zich optimaal verlijmen en bewerken, en heeft een constructieve functie in de kastopbouw. Voorbeelden van tradionele houtbewerkingsmethoden treft men ook aan in het gebruik van houten schroefdraad voor de spitse pootjes en de zelfgemaakte profielen voor het lijstwerk.