Joseph Horn - 1785-

  • Joseph HORN 1785

    horn

    Sinds 1985 bestuderen we intensief de clavichorden uit het Saksische Duitsland, op zoek naar de verbanden tussen de grootmeesters Silbermann, Friederici en Horn. Een status quaestionis van dit onderzoek werd opgenomen in het tijdschrift 'Het Clavichord', jaargang 1996. Dit onderwerp wordt momenteel verder uitgediept met het oog op een wetenschappelijke publicatie. De Horn-clavichorden zijn typische 'Empfindsame' instrumenten. De relatief korte mensuur, de geringe overlengte van de aanhangstift tot de tangent en de dikke tangenten verlenen de Horn-clavichorden een percussieve aanspraak, en kernachtige klank en ruime dynamische mogelijkheden. Bij het bouwen van een "facsimile" wordt gestreefd naar maximale getrouwheid, zonder 'aanpassingen te maken naar eigen inzichten'. Dit werk heeft als het ware het musicologische karakter, zowel in bouwtechnisch opzicht, het historisch en biografie onderzoek als naar de tijdsgeest waarin zijn meesterwerken tot stand kwamen.
    FF - g³, ongebonden, eikenhout, onafhankelijk onderstel, 2 rozetten, geciseleerde toetsen, frontonnetjes in arcadevorm
    Afmetingen: 1705 x 492 x 176 mm.
    Technische gegevens.

  • Klavier

    De ondertoetsen zijn belegd met ebbenhout, de frontonnetjes hebben een arcadevorm. De boventoetsen lopen tapsgewijs naar achter af en zijn gemaakt van ebbenhout belegd met 2 mm dik been met fijne struktuur.
    De klavierklep wordt uit de plank van de frontzijde gezaagd waardoor de struktuur en tekening van het hout één geheel vormt. Aan de bovenzijde van het geopend klavierklepje is een fijne moluur geschaafd. De klavierklep valt bij het sluiten tegen een sponning. De klavierklep heeft 4 verzonken scharnieren van hoogwaardige kwaliteit. Ze zijn gefreesd uit massief messing en hebben een vaste as.

  • Bakstukken en naambord

    Een inlegwerk van rechthoekige ramen in wortelnotenhout, omkaderd met een fijn biesje van buxus en aan de buitenzijden afgewerkt met taxus in ‘visgraat’-motief. Centraal op het naambord wordt een gedrukt naamplaatje ingewerkt en omkaderd met ebbenhout. Het lijstwerk onderaan de kast wordt geschaafd met zelfgemaakte messen. De bakstukken zijn met zwaluwstaart-verbindingen aan de voor- én achterzijden ingewerkt.

  • Aanhanglijst

    Een spievormig inlegwerk in wortelnotenhout, afgelijnd met een fijn buxushouten biesje en aan de buitenzijden omkaderd met taxus in ‘visgraat’-motief.Het 2.5 mm dikke fineerlaag wordt aan de snaarzijde opgerond.De binnenzijde van de kast is rondom met opstaande taxus gefineerd. De aanhangstiften zijn van vertinde messing.

  • Zangbodem

    De zangbodem is gemaakt van zuiver kwartierse, fijnspar (Fichte) herkenbaar aan de mergstralen (axiale parenchime). Het hout wordt gekliefd en niet gezaagd. Na een lange droogperiode wordt het klankhout in 3 of 4 delen met warme lijm verlijmd tot de zangbodem en met de hand opgeschaafd tot de juiste dikte. Er wordt geen schuurpapier gebruikt om het oppervlak te egaliseren. Het hout wordt door het schaven als het ware gesneden en verkrijgt een glanzend en vochtwerend oppervlak.

  • Schuifje –box lid-

    Het schuifje is gefineerd met wortelnoten in bloemmotief, omkaderd met buxushouten biesje en notenhout in visgraat’-motief. Het gezaagde fineer dat in het atelier wordt gezaagd, heeft een dikte van 2.5 mm.

  • Kam

    De F-vormige kam is gemaakt van esdoorn.

  • Stempennen en tooninscripties

    klavierklep

    De stempennen zijn voorzien van een gaatje en hebben een platte kop. Er wordt een bronzen stemsleutel met een handvat van rio rozenhout meegeleverd van Engelse makelij. De tooninscripties zijn met inkt geschreven en de benaming is Germaans (c, cis, d, dis, …).





Terug naar boven