Curriculum vitae

  • Curriculum Vitae

    Joris Potvlieghe werd geboren te Brussel op 17 augustus 1967. Hij groeide op tussen de instrumenten in het orgelbouwatelier van zijn vader, waardoor hij van kindsbeen af op een natuurlijke wijze voeling kreeg voor klankesthetiek en spelenderwijs de diversiteit ontdekte van materialen als hout en metaal die een belangrijke rol zullen spelen voor de verdere ontplooiing. Op jeugdige leeftijd was hij reeds gefascineerd door constructies en ontwikkelde hij zin voor kwaliteit en detail.

               

    Op 17-jarige leeftijd ontwierp en bouwde hij zijn eerste clavichord. Dit instrument werd voor het eerst bespeeld door Jos Van Immerseel in de Universiteit van Leuven. Aan deze universiteit volgde Joris Potvlieghe enkele jaren musicologie. Het is ook de periode waarin de eerste contacten ontstonden met de Amsterdamse clavecimbel- pianofortébouwer Jan Van den Hemel, met wie hij in de daarop volgende jaren tal van onderzoeken zal verrichten in Duitse musea. In 1989 erkende Knack hem als “Jong talent in België”. Dat jaar rondde hij zijn studies muziekgeschiedenis af aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel. Naast de vorming in praktische en  theoretische disciplines werd ook aandacht besteed aan het klavierspel en volgde hij o.a. les bij Chr. Wauters in het Stedelijk Conservatorium van Mechelen en kreeg aanwijzingen van G. Hoornaert.            

  • In 1989 vestigde hij zich als zelfstandig klavierinstrumentenbouwer en bracht zijn atelier in 1991 over naar Tollembeek. In 1993 werd hij geselecteerd door de Koning Boudewijn Stichting voor een “Bursaal van het Fonds van Jonge Ondernemers”. Inmiddels had hij meer dan 10 clavichorden gebouwd voor specialisten in de oude muziek van Belgische, Nederlandse, Braziliaanse, Japanse, Canadese en Finse nationaliteit. Zijn clavichorden werden bespeeld door autoriteiten als Gustav Leonhardt, Jos Van Immerseel en Miklos Spanyi. Op vlak van orgelbouw verdiepte hij zich aanvankelijk in klankgeving en stemwerk. Hij verrichte intonatiewerk in onderaanneming en naar richtlijnen van Monumenten & Landschappen o.a. voor Balen-Neet, Achel, Herentals, Idegem, Meer, Sint-Ulriks-Kapelle, Roeselare en Wijnegem.In 1993 verwierf hij de opdracht voor de restauratie van het grote orgel in de Sint-Pieterskerk van Turnhout: een 3-manualig orgel met zelfstandig pedaal en 40 registers, waarvan de belangrijkste delen dateren uit 1662. Dit omvangrijke restauratieproject werd gerealiseerd in een tijdspanne van minder van 3 ½ jaar.

    In de periode 1996-1998 restaureerde hij het orgel van Leo Lovaert (1841) te Zonnegem en verleende zijn medewerking als intonateur aan het Van Eynde-orgel in Ver-Assebroek, onder toezicht van adviseur en Monumenten & Landschappen. Ook de restauratie van het 17de eeuwse Van Belle-orgel te Desselgem (1680) werd in onderaanneming door zijn atelier uitgevoerd. Het jarenlange onderzoek en de gedreven interesse voor 17de eeuwse Zuidnederlandse orgels leidde van 1998-1999 tot het ontwerp en de bouw van een nieuw koororgel voor de abdijkerk van Grimbergen. Vervolgens publiceerde hij over de 17de eeuwse Zuidnederlandse orgelbouwkunst een uitgebreid tweedelig artikel in het tijdschrift Orgelkunst (jg. 2001 en 2002).

    Inmiddels bleef zijn aandacht voor de clavichordenbouw onverminderd doorgaan. Er verschenen artikels van zijn hand over ‘Het pedaalclavichord’ in verschillende tijdschriften. Een studie over de clavichordbouwers Horn besloeg in 1996 als hoofdartikel de gehele jaargang van het tijdschrift ‘Clavichord International’. Met het oog op een publicatie, hield hij in 1999 over dit onderwerp een lezing in Magnano (Italië). In 2001 ontstond er een intensieve samenwerking met het Muziekinstrumentenmuseum van Brussel. Er werd studie gemaakt van de clavichordencollectie waarna twee clavichorden door hem werden gerestaureerd: een anoniem vroeg 18de eeuws clavichord en het H.A. Hass-clavichord uit 1744. Een neerslag van dit onderzoek schreef hij voor 'Clavichord International' in 2002.

               
  •            

     In de periode 2000 tot 2006 werden in zijn atelier nieuwe clavichorden gebouwd voor vermaarde klavierspelers als Jos Van Immerseel, Andras Schiff, Miklos Spanyi, Tom Beghin, Michel Kiener. Naast opdrachten voor conservatoria in Australië, Nederland en Finland kwamen nieuwe bestellingen van particulieren vanuit de meeste landen in Europa, alsook vanuit Canada, Korea en Amerika. De specialisatie in grote ongebonden Saksische clavichordtypes, waarvan er tussen 1985 en 2006 reeds een 30-tal het atelier uitgingen, werd steeds verder uitgediept o.a. met principes uit de proportieleer. In de ontwerpen van zijn clavichorden wordt een cirkel geïntegreerd: vanuit deze geometrische figuur wordt middels breukverhoudingen, de Gulden Snede-verhouding en het dodecacimaal stelsel de maatgeving van clavichord afgeleid. Het is de sleutel tot het "lezen" van het ontwerp. Er werden in de periode 1995 tot 2006 een 15-tal clavichordopnamen gemaakt, in hoofdzaak door Miklos Spanyi met werken van C.Ph.E. Bach alsook door Arthur Schoonderwoerdt, Prof. Tom Beghin, Marcin Masecki e.a.

    Van 2004 tot 2006 restaureerde hij het orgel van Houtem, een interessant tweemanualig instrument uit 1710 dat in 1742 door Gilliams Davidts werd uitgebreid. In deze periode onderging het Peter Goltfuss-orgel van de Begijnhofkerk te Leuven een grondig onderhoud waarbij het pijpwerk opnieuw werd opgemeten, bestudeerd en de intonatie integraal werd overlopen. Over beide werken zijn artikels in voorbereiding. Van 2000 tot 2006 verzorgde hij de intonatie van het driemanualig "Forceville-orgel" met zelfstandig pedaal in de abdijkerk van Grimbergen.

    In 2005 genoot hij steun van het IWT (Innovatie door Wetenschap en Technologie) voor een studie over optimalisatie van geluidsweergave. Dit leidde tot onderzoek aan de Vrije Universiteit van Brussel inzake trillingsleer en akoestiek. Aansluitend op deze studie werd hij gevraagd als jurylid bij een thesisverdediging over geluidsonderzoek. Dat jaar werd hij, na jarenlang actief medewerker te zijn geweest, redactieraadslid van het tijdschrift 'Orgelkunst'.   

    Momenteel wordt gewerkt aan de restauratie van het orgel van Borgt (Cappuyns, ca. 1845) en een driemanualig nieuw orgel met zelfstandig pedaal in Arp Schnitger-stijl voor Walfergem (Asse). Op vlak van de clavichordbouwactiviteiten is er een wachtlijst van 6 instrumenten. Er wordt een lezing voorbereid voor de Emeriti-professoren van de Katholieke Universiteit Leuven over de orgelbouw in het 17de eeuwse Brabant en twee artikels over orgelbouw voor het tijdschrift 'Orgelkunst'. Clavichordopnamen zijn voorzien met Tom Beghin (Haydn-sonaten) en Miklos Spanyi (Wohltemperierte Clavier, J.S.Bach en fluitsonaten van Benda ism. Benedek Csalog).

    Clavichord International : Interview met Joris Potvlieghe, VOL. 11, n°1, 2007(pdf 3.7mb)


Terug naar boven